Blog

De dubbele moraal op ons erf

Ik ben in de jaren ‘70 en ‘80 opgegroeid op een boerenbedrijf met fok- en mestvarkens. Als klein meisje viel mij al op dat de dieren die wij voor eigen slacht hielden een heel ander leven hadden dan de varkens in de grote schuur achter het huis. In een groot hok, op stro en met lekkere hapjes werden biggen vetgemest voor ons eigen bord.  Ook op onze moestuin kwam geen druppeltje gif en geen spatje kunstmest of drijfmest, terwijl op de gronden waar onze mais werd verbouwd wel flink werd gespoten.

Hoofd en hart

Naast varkensfokker was mijn vader ook verkoper van veevoeder en kunstmest. Opgeleid en werkzaam in het landbouwsysteem dat na de tweede wereldoorlog welvaart op het platteland heeft gebracht. En dat volop werd gesteund door landbouwbeleid, landbouwonderwijs en landbouwwetenschap.

Maar ondertussen werd het voedsel voor het gezin met een andere benadering geproduceerd dan het voedsel voor de markt de onbekende consument… het voedsel dat inkomen genereerde.

Ook ten aanzien van dierwelzijn, milieu, natuur en welzijn kan ik zo’n dubbele moraal herkennen. Enerzijds de egaal groene onkruidvrije grasvelden prijzen, en anderzijds terugverlangen naar de tijd waarin met een koeienschedel vuistdikke palingen uit de sloot werden gehaald. Enerzijds ogenschijnlijk onverschillig staan tegenover het leven van de varkens in de donkere schuur en anderzijds de paarden vertroetelend. Op zijn klompen aanvoelend dat het niet helemaal klopte, maar de strategie van schaalvergroting en kostenreductie verdedigend.

Is dit een herkenbaar verhaal?

Mijn vader deugt, en ik begrijp zijn dubbele moraal. Het goed willen doen voor zijn gezin, op alle fronten. Ik ben benieuwd of dit verhaal herkenbaar is. Geeft het aanknopingspunten voor een transitie naar een meer duurzame voedselproductie? En een vernieuwde verbinding tussen boer en consument en een betere relatie tussen landbouw en natuur? Ik ben benieuwd naar uw reacties.

varkens