Blog

Eenheid in verscheidenheid

Op 13 februari nam ik voor het eerst deel aan een bijeenkomst van de European National Rural Networks in Rome. Die bijeenkomst verliet ik met een dubbel gevoel. Geweldig om te zien met hoeveel passie er over plattelandsontwikkeling wordt gesproken. En de inzet om in netwerken kennis te delen, van elkaar te leren en projecten te realiseren.  Maar ook het gevoel dat de nationale en regionale plattelandsnetwerken met elkaar nog grote stappen kunnen en moeten zetten om de samenwerking op Europees niveau nog verder te versterken. Een korte terugblik.

Bestaat er een ideaal model voor de Nationale Plattelandsnetwerken?

Dat was de hamvraag in de bijeenkomst. Het Europese plattelandsbeleid voorziet in een verplichting voor de lidstaten om via nationale (NRN) of regionale netwerken (RRN) kennis te verspreiden. Dit met als gemeenschappelijk doel om het platteland vitaal en leefbaar te houden.

Lidstaten kennen allemaal hun specifieke manier waarop de nationale netwerken zijn georganiseerd. Soms centraal, soms decentraal, of een combinatie van beide. Ook de taken die bij de Nationale of Regionale Netwerken zijn neergelegd lopen uiteen.  In Nederland kennen we één  Nationaal Rural Network, ondersteund door het National Support Unit, de NSU. Provincies maken als regionale satellieten onderdeel uit van het NRN. De provincies verstrekken de informatie over de eigen calls aan de begunstigden en ondersteunen de initiatiefnemers van projecten. Het NSU verbindt over provinciegrenzen heen, signaleert en  agendeert thema’s. Deze taakverdeling is uniek in de EU.

Sommige landen vinden dat de plattelandsnetwerken uitsluitend een rol hebben bij het bijeenbrengen van regionale partijen om de samenwerking te bevorderen. In andere landen hebben de plattelandsnetwerken ook een faciliterende rol om te zorgen dat besluiten gemakkelijker genomen kunnen worden, of dat de voorwaarden voor projectsubsidie zo helder mogelijk zijn. Ze spelen dan een actief adviserende rol richting de beheerder van het  POP-geld. Zo werkt het Italiaanse NRN aan standaardkosten voor bepaalde investeringen, die in de plaats komen van de werkelijke kosten. Daarmee wordt een ingewikkelde financiële administratie voorkomen.  

De verschillen tussen de lidstaten zijn grotendeels terug te voeren op historie, het bestaande constitutionele en institutionele model van de lidstaten en dat ligt meestal  heel gevoelig.

Studie naar voor- en nadelen van centrale of decentrale organisatie

De Europese Commissie heeft in een studie gekeken naar de voor- en nadelen van centrale of decentrale organisatie. De studie betrof zes lidstaten (FR, DLD, IT, SP, PL, en Slowakije). Het belang van de netwerken werd onderstreept door de vele Italiaanse regionale vertegenwoordigers die zorgden voor een levendige inbreng in de discussie,vooral omdat ze sneller willen maar aanlopen tegen ingewikkelde regels en overlegstructuren.

De voor de hand liggende conclusie is dat er geen ideaal model is en dat de inrichtingsvraag vooral een keuze moet zijn van de lidstaten. Geen eenheidsworst maar noodzakelijk maatwerk per land. Je kunt niet voorbijgaan aan de nationale context, willen de netwerken succesvol kunnen opereren.

Inzicht in de verschillen tussen de lidstaten zorgt voor begrip

Hoewel de conclusie wellicht wel erg voor de hand ligt, zie ik dit soort bijeenkomsten toch als uitermate nuttig. Voor het inzicht in de verschillen en de achtergronden daarvan. Inzicht in elkaars positie maakt het gesprek over samenwerking en van elkaar leren gemakkelijker. Ook leveren deze bijeenkomsten veel informatie op, waar de Europese Commissie en de lidstaten hun voordeel mee kunnen doen. In dit geval over de wenselijkheid om de uitvoering van het plattelandsbeleid te vereenvoudigen en meer ruimte te geven aan de lidstaat vanwege de grote verschillen in context. Het werd ook zeer van belang geacht om de nationale betaalorganen daarin tijdig en goed te betrekken, omdat projecten waarvoor veel draagvlak bestaat, nu nog te vaak stranden of vertraging oplopen. Helderheid aan de start is dan van belang

Positief beeld van Nederland

Ook heel goed om weer bevestigd te zien, dat Nederland wordt geprezen om haar onderlinge bereidheid om kennis te delen, innovatief vermogen en  om de wijze waarop hier landbouw- en natuurcollectieven vorm hebben gekregen. 

Ook om te beseffen  dat structuren in andere lidstaten vaak veel complexer zijn dan we in Nederland gewend zijn. In Nederland kennen we een cultuur van samenwerken en weten partijen elkaar ook snel te vinden om problemen die we ervaren gezamenlijk op te pakken. Dat zit in onze volksaard en daarbij hebben we ook een geografisch voordeel ten opzichten van de veel grotere lidstaten.

Ger de Peuter- Directeur Regiebureau POP.

 

Voor meer informatie over de bijeenkomst zie

https://enrd.ec.europa.eu/news-events/events/enrd-workshop-improving-regional-rdp-delivery_en