Blog

Openstelling Jonge Landbouwers

Na een heel intensief voortraject was er van 1 maart tot en met 15 april de eerste openstelling van de Jonge Landbouwersregeling (JOLA). Wij, jonge boeren en tuinders, zijn daar zeer verheugd over. De JOLA helpt jonge landbouwers in het zadel en draagt hiermee bij aan een goede basis voor een duurzame en innovatieve land- en tuinbouw die klaar is voor de toekomst. De regeling stimuleert bedrijfsopvolgers te investeren in de bedrijfsontwikkeling. Dat is zeer belangrijk, want de beschikbaarheid van kapitaal staat hoog in de top 3 behoeften van jonge boeren en tuinders.

De eerste openstelling van de JOLA onder POP3 is niet zonder slag of stoot gegaan. Dat kwam mijn inziens met name doordat de JOLA voor de eerste keer door de provincies werd uitgevoerd. Dat betekende dat er met nieuwe mensen en nieuwe richtlijnen aan de JOLA gewerkt moest worden. De uitgangspositie was echter ongewijzigd: jonge landbouwers helpen na bedrijfsopvolging. De behoefte van jonge landbouwers in Nederland was niet veranderd ten opzichte van eerdere openstellingen in POP2 en tussen de verschillende provincies zijn er maar weinig verschillen. NAJK was, en is, dan ook heel content dat aan het begin van het traject de provincies met toenmalig staatssecretaris Dijksma afgesproken hebben de regeling gezamenlijk in te vullen. En ook dat NAJK, als vertegenwoordiging van de Nederlandse jonge boeren en tuinders, daar een adviserende rol in kreeg. Een regeling voor jonge landbouwers maak je immers met jonge landbouwers!

Bij de JOLA is het belangrijk te bedenken dat de Nederlandse wijze van bedrijfsovername afwijkt van andere Europese landen. Waar in andere landen boeren op latere leeftijd het bedrijf overnemen of zich op jonge leeftijd direct in het bedrijf in moeten kopen, werken in Nederland de jongeren vaak samen in een maatschap en nemen zij zo geleidelijk het bedrijf over. Op het moment van daadwerkelijk overname wordt de overnamesom betaald die zwaar doordrukt in de investeringsmogelijkheden van jonge boeren en tuinders. Ondersteuning vanuit de JOLA is in Nederland dan ook nodig in de jaren na bedrijfsovername. Op dat moment hebben jonge boeren en tuinders de behoefte om hun bedrijf te verstevigen en stappen te zetten voor een goede toekomst. Wetende dat er in Nederland in afwijking van in andere landen overnames meestal plaatsvinden via samenwerkingsverbanden, is het belangrijk hierop te anticiperen. Voor de investeringsmogelijkheden moet ook gekeken worden welke investeringen op de doelgroep van toepassing zijn en waar behoefte aan is. Dat zijn investeringen die het bedrijf verstevigen, betaalbaar zijn en het bedrijf klaar maken voor de toekomst.

De uiteindelijke uitwerking van de JOLA in POP3 heeft lang op zich laten wachten. Helaas zijn een aantal voorwaarden en mogelijkheden ongelukkig gewijzigd ten opzichte van de voorbereidingen waarbij wij als NAJK wel nauw betrokken bij waren. Dit heeft geleid tot wijzigingen in de doelgroep en het soort investeringen die in aanmerking komen. Op informatieavonden kwamen ouders bij mij met de vraag waar zij in konden investeren, nu hun zoon of dochter net in maatschap kwam. De echte doelgroep klaagt, terecht, dat de voor hen hoognodige investeringen er niet bij staan. Echter, wat gebeurd is, is gebeurd. En ik ben blij dat er met de eerste openstelling als basis wel verder gewerkt kan worden aan een goede tweede openstelling eind 2016.

Zowel provincies, als het ministerie van Economische zaken en NAJK hebben allen aangegeven belang te hechten aan een goede evaluatie van de eerste ronde, om de hoognodige verbeteringen toe te kunnen passen. De evaluatie is echter nu pas opgestart, terwijl provincies reeds volop bezig zijn met de voorbereiding van de openstelling eind 2016. Ik maak mij dus grote zorgen dat schijnbaar op dezelfde weg wordt ‘doorgeboerd’. NAJK heeft in alle provincies onder de leden een enquête uitgezet over hoe de openstelling volgens jonge boeren en tuinders ingevuld zou moeten worden. De uitkomsten verzamelen wij centraal om een zo breed mogelijke peiling te krijgen. En wij hopen natuurlijk dat de provincies hier volop gebruik van maken. Niemand heeft er wat aan als er met alle goede bedoelingen een regeling tot stand komt die ver van de praktijk af staat.

Op naar een goede tweede ronde. Net als de afgelopen twee jaar is NAJK samen met haar provinciale afdelingen graag bereid over de JOLA, of andere zaken aangaande jonge boeren en tuinders, te sparren, spreken en mee te denken!