Nieuws

Bodem is de basis

Wat zijn de mogelijkheden voor duurzaam bodembeheer? Gerrie Haenen is projectleider voor het bodemprogramma van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). In die rol is ze veel in gesprek met partijen binnen én buiten het ministerie die zich bezighouden met de bodem. Het is namelijk zaak om te voorkomen dat de bodemkwaliteit in Nederland afneemt door hoogproductieve landbouw. “Het moet echt anders”, zegt Gerrie.

De kern van de bodemstrategie die minister Carola Schouten van LNV in mei 2018 presenteerde, is duurzaam beheer van alle landbouwbodems in 2030. Dit moet de kwaliteit van de bijna 2 miljoen hectare landbouwgrond in Nederland garanderen voor de toekomst. “Het is een heel grote opdracht”, beseft Gerrie. “Maar als de bodem niet op orde is, kun je grote opgaven op het gebied van klimaat en biodiversiteit ook niet realiseren. Daarvoor is de bodem de basis én een voorwaarde.”

Kennis over de bodem

Volgens Gerrie was bodem tot voor kort vooral een kennisonderwerp, om boeren beter inzicht te geven in oogstverwachtingen en de bredere bodemkwaliteit. “De taak van het ministerie was vooral het versterken van kennis. Maar gaandeweg is naast bodemvruchtbaarheid ook meer aandacht gekomen voor waterkwaliteit en waterbuffering.”

“Ook is het besef ontstaan dat de bodem belangrijk is voor de biodiversiteit, want die begint ondergronds. Bovendien kunnen bodems CO2 vastleggen, wat goed is het voor klimaat. We proberen via publiek-private samenwerking inzicht in de brede bodemkwaliteit te krijgen. We kijken niet alleen naar nutriënten, maar ook naar de structuur en het bodemleven dat bijvoorbeeld bestaat uit schimmels en bacteriën.”

“Steeds meer boeren vragen zich af: wat kan ik doen op mijn bedrijf? Daar is meer interesse voor vanwege de inperking van het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. Daardoor wordt het voor boeren interessanter om de bodemkwaliteit te gaan verbeteren. Dat vergt een andere manier van denken.”

Maatregelen

Na de presentatie van de bodemstrategie zijn er al een aantal maatregelen gedefinieerd voor het versterken van de bodemkwaliteit. Gerrie praat hier met veel enthousiasme over. “Het gaat allereerst om grondbewerking: boeren moeten proberen om minder en slimmere machines te gebruiken om verdichting van de grond te voorkomen. Ten tweede is het nodig om te werken met een teeltplan: wat verbouw je door de jaren heen op je grond? Zorg voor een goede rotatie van gewassen, met ‘rustgewassen’ zoals granen en gras. En streef naar zo min mogelijk ‘scheuren’ (omploegen) van grasland. Dat is goed voor de bodem. Ten derde is de bemesting belangrijk: vervang kunstmest door dierlijke mest of compost; mest met goede organische stoffen.”

“Dat alles moet natuurlijk mogelijk gemaakt worden voor boeren. En dat begint met kennis: zijn er wel lichtere machines, brengen rustgewassen wel voldoende op? Er is voor duurzaam bodembeheer een systeemverandering nodig, die ook financieel interessant moet zijn. Bijvoorbeeld via lagere waterschapslasten of een lagere rente op leningen voor duurzame boeren. Het besef dat verandering nodig is, is er wel. Nu is het zaak om een goed gesprek te voeren over de acties die daarvoor nodig zijn. We moeten deze uitdaging samen aangaan. Het moet echt anders in plaats van alleen een klein beetje beter.”

Op weg naar verandering

De bodemstrategie richt zich ook op het beleid: geeft het Rijk de juiste richting aan voor duurzaam bodembeheer? Denk daarbij aan zaken als het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de EU, het pachtbeleid en het mestbeleid. Gerrie: “Als beleidsambtenaren moeten we innovaties aanjagen en private partijen uitdagen. De minister werkt al aan een nieuw pachtbeleid voor duurzamer bodembeheer. Ook het GLB is cruciaal, want dat is eigenlijk het grootste beleidsinstrument van LNV. Dat gaat echt over honderden miljoenen.”

Er wordt veel onderzoek gedaan naar het vastleggen van CO2 in landbouwbodems. Dat sluit nauw aan bij het idee van kringlooplandbouw en bij de klimaatopgave voor 2030. “Doel is om in 2030 jaarlijks een halve megaton koolstof vast te leggen. Dat is best wat, maar het zal moeite kosten voor de boeren. We zijn nu bezig met een nulmeting voor bodems op het gebied van CO2, maar er is ook breder onderzoek nodig naar de bodemstructuur en het bodemleven.”

Regionaal maatwerk

Net als bij veel beleid vanuit LNV is het zaak om naar regionale oplossingen te zoeken, aldus Gerrie. “In de regio ligt de kiem voor het verder brengen van duurzaam bodembeheer. Veel boeren zijn hier al mee bezig. Denk aan het landelijk netwerk voor agrarisch waterbeheer, met honderden initiatieven die zich richten op bodemmaatregelen voor betere waterkwaliteit. Nederland is klein, maar kent enorm verschillende bodems, zand, klei, veen. Voor elk bodemtype zijn weer andere maatregelen nodig.”

Eerste bodemtop in september

Op woensdag 11 september is er een eerste bodemtop voor mensen die betrokken zijn bij het verbeteren van landbouwbodems. Doel van de top is het delen van informatie over het bodemprogramma en vooral ook het uitwisselen van kennis en ervaring. Het idee is om op een jaarlijks terugkerende bodemtop de voortgang te peilen op weg naar het streefdoel: duurzaam beheer van alle Nederlandse landbouwbodems in 2030.

Dit bericht hoort thuis in de special Bodem op onze website Netwerk Platteland.

Tekst: Willem Boersma (ministerie van LNV)

Gerrie Haenen