Nieuws

Bodem, sleutel voor verandering

Chris Koopmans van het Louis Bolk Instituut heeft een groot bodemnetwerk en hij loopt al lang mee in de landbouwpraktijk. Reden om hem een aantal vragen te stellen over de bodem.

In de Bodemvisie van LNV wordt gesteld dat in 2030 alle bodems in Nederland duurzaam beheerd moeten worden. Hoe kijk jij daar tegen aan?
Honderd procent duurzaam beheer van de bodem in 2030 gaan we niet halen. Maar we gaan er wel aan werken. Het is goed dat die stip op de horizon is gezet.

Het bouwplan speelt naar mijn visie een cruciale rol. We zouden meer rustgewassen in de rotatie moeten krijgen. Vanwege het saldo is dat een lastige discussie. Ook omgaan met gewasresten en minimale grondbewerking zijn belangrijke thema’s. Wellicht dat het toekomstige GLB hier iets in kan betekenen.

Een belangrijke uitdaging is dat er meer samenhang in beleid en aanpak komt. De aanpak voor de bodem moet verbonden worden met de klimaatopgave, biodiversiteit en het mestvraagstuk. In de praktijk komt het allemaal samen en moet de boer zijn brood ermee kunnen verdienen.

Als je duurzaam wilt telen zal het organische stofgehalte in de bodem omhoog moeten. Hiermee realiseer je ook meer biodiversiteit. Ook het mestbeleid moet je zo organiseren dat je meer aan de bodemvruchtbaarheid kunt doen.

Jij werkt veel met akkerbouwers. Wat is hun toekomstbeeld wat betreft de bodem?
De bodem vinden ze heel belangrijk. Daarin zien ze de sleutel om het ook echt anders te gaan doen. En er is veel mogelijk. Ik ben pas met een groep naar een akkerbouwer geweest die een fantastische grond heeft weten te creëren. Je vraagt je af hoe hij dat voor elkaar heeft gekregen. Zijn grond heeft geen verdichting, als je een kuil graaft zie je die hele mooie kruimel- en bloemkoolstructuren. Er zit veel bodemleven in, je ziet altijd wormen.

Het beeld in de akkerbouw in zijn algemeenheid is dat het anders kan. In hun onderlinge discussies gaan telers vaak best wel ver. Dat zie je bijvoorbeeld bij loofdoding. Ze zien aankomen dat het chemisch doden van het loof straks niet meer kan. Akkerbouwers overwegen dan of ze gaan loofklappen of toch maar even niet.

Hoe gaat het met de kennisdoorstroming op het gebied van de bodem?
Ik denk dat dat nog wel een stuk beter kan. In de PPS Beter Bodembeheer van de Topsector Agri & Food, waar ik aan meewerk, is er niet echt uitwisseling met de advieswereld. Tussen onderzoekers gaat het wel goed. Bij de subsidieprogramma’s zou je eigenlijk meer moeten faciliteren dat de kennis tussen onderzoek, advies en onderwijs gaat stromen.

Hoe zou de kennisdoorstroming tussen de kennisinstellingen versterkt kunnen worden?
Mogelijk maken dat deze partijen kunnen samenwerken in groepen. Een mooi voorbeeld daarvan waren de praktijknetwerken van POP2. Daar was een goede samenwerking tussen adviseurs en onderzoekers en verliep de kennisdoorstroming goed. Kennisontwikkeling en kennisdoorstroming waren geïntegreerd in één project. Helaas is dat bij POP3 niet voortgezet.

Ook tussen de Topsectoren en POP3 is er weinig verbinding, daar is nietsgeformaliseerd. Wij proberen om met de ontwikkelde kennis bij PPS Beter Bodembeheer met POP3-subsidie praktijkprojecten te starten. Maar dat hangt van toevalligheden aan elkaar. Bij de PPS-en zitten geen adviseurs en bij de POP-projecten vaak geen onderzoekers.

Dit bericht hoort thuis in de special Bodem op onze website Netwerk Platteland.

Tekst: Kees Anker (Regiebureau)

Chris Koopmans