Water

Grote opgave voor landbouw om KRW doelen te halen

De land- en tuinbouw moet nog een flinke inspanning leveren om de waternormen in de Kaderrichtlijn water te halen. Voor stikstof moet de uit- en afspoeling van landbouwgronden op langere termijn met 12 tot 17% omlaag. Voor fosfaat (uitgedrukt in fosfor) moet de uit- en afspoeling met 12 tot 38% omlaag. Dat zijn de conclusies van het WUR rapport ‘Landbouw en de KRW-opgave voor nutriënten in regionale wateren’. Vooralsnog gelden de normen van de Kaderrichtlijnwater nog niet, dat kan nog duren tot 2027. Wel zal het rapport een rol spelen bij het opstellen van de mestregels in de komende jaren, samen met andere rapporten over onder meer de resultaten van metingen van stikstof- en fosfaatgehalten in grond- en oppervlaktewater

Het doel van de Europese Kaderrichtlijn Water is duurzame bescherming van ecosystemen en watervoorraden. Een deel van de regionale waterlichamen voldoet nog niet aan de normen voor stikstof- en fosforconcentraties die behoren bij een goede ecologische toestand. Om af te wegen welke maatregelen kunnen bijdragen aan het realiseren van de KRW-doelen, is inzicht nodig in de herkomst van stikstof en fosfor in het oppervlaktewater. In dit onderzoek is het aandeel van de landbouw in de overschrijding van de normen voor de stikstof- en de fosforconcentratie in regionale waterlichamen berekend met modellen.  

Nalevering fosfaat uit de bodem is belangrijkste bron

In het onderzoek is rekening gehouden met het aandeel van de landbouw in de uit- en afspoeling. Voor stikstof is de uit- en afspoeling van landbouwgrond verantwoordelijk voor ruim de helft van de aanvoer naar regionale wateren. Van de totale fosforaanvoer is 56% afkomstig uit de landbouw. De rest is afkomstig van natuurgronden, waterzuiveringsinstallaties, depositie en aanvoer uit het buitenland via beken en rivieren. De actuele bemesting is bij stikstof goed voor ruim een derde van de totale belasting, het inlaatwater voor 20%. Bij fosfor is de actuele bemesting goed voor 10% van de totale belasting. De zogenoemde nalevering van fosfaat uit de bodem is met 33% de voornaamste bron

Grote verschillen tussen waterschappen

Bij de opgave voor de landbouw die WUR heeft berekend zijn er grote regionale verschillen. De bijdrage die nog moet worden geleverd is bovendien met name voor fosfor sterk afhankelijk van het wel of niet toerekenen van de nalevering uit de bodem. In enkele waterschappen is zowel de N- als P-belasting gedeeltelijk beoordeeld als goed. Dat zijn delen van de Hunze en Aa’s, Reest en Wieden, Groot Salland, Vallei en Veluwe, Rivierenland en Zuiderzeeland. De stikstofbelasting moet daarentegen met 20 tot 40% worden verminderd in het Twentse deel van Vechtstromen, de zuidelijke waterschappen, de beheersgebieden van Waternet, Hollands Noorderkwartier en Delfland. Voor Peel- en Maasvallei moet de fosforbelasting met meer dan 40% teruggebracht worden. Als ook de bodemnalevering wordt meegeteld, moet dat waterschap net als Noorderzijlvest, Delfland en Rijnland meer dan 70% reduceren voor wat betreft fosfaat uit- en afspoeling.

Verschillende maatregelen voorgesteld

In het rapport worden tal van maatregelen genoemd. Niet alleen op het gebied van toediening en bouwplan, maar ook bodemverbetering, gebruik van vanggewassen en drainage worden genoemd. Dat kan tot meer dan €1.000 poer hectare aan saldoverlies kosten in sommige gebieden.