Meer informatie over LEADER Zeeuws-Vlaanderen

Er bevinden zich 3 gemeenten binnen het gebied: Sluis, Hulst en Terneuzen. Zeeuws Vlaanderen is ook grofweg in drie regio’s te verdelen: het oosten (met als centrum Hulst), het midden (de Kanaalzone, genoemd naar het kanaal van Gent naar Terneuzen, met Terneuzen als centrum) en het westen (met als centrum Oostburg).

Hulst

De gemeente Hulst is van oudsher een landbouwgemeente. Aan het eind van de 16e eeuw was het land van Hulst een landtong ten noorden van Hulst omgeven door schorren en slikken doorsneden door getijde kreken. Het land was geteisterd door oorlog en geweld. Hulst was een zeer geïsoleerd gebied. Dit isolement werd nog versterkt doordat sinds het einde van de tachtig jarige oorlog ten zuiden van Hulst de landsgrens lag en de banden met de rest van Zeeland beperkt waren doordat het land van Hulst grotendeels Rooms Katholiek was en de rest van Zeeland overwegend Nederlands Hervormd. In de loop der tijd zijn er door de inpoldering nieuwe bestaansmogelijkheden ontstaan. Deze nieuw gewonnen gebieden werden bewoond door mensen uit de streek bovendien trok dit mensen aan vooral uit het aangrenzende land van Waas en de rechter oever van de Schelde (België). Nagenoeg geen mensen waren van de Zeeuwse eilanden afkomstig. Dit verklaart wellicht feit dat de gemeente Hulst een op zichzelf staande gemeente is. Dat de Hulstenaren doorgaans georiënteerd zijn op Antwerpen, Sint Niklaas (Oost-Vlaanderen) laat zich eveneens vanuit het historische perspectief verklaren.

Terneuzen

Terneuzen is bij uitstek een havenstad. Terneuzen is al vanaf haar oorsprong nauw verwant met de scheepvaart, mede door de gekanaliseerde waterloop van Gent-Overslag en Axel naar de Honte via de eerder genoemde Soute Vaert of Oude Vaart. De Oude Vaart raakte echter buiten gebruik door een overstroming in 1376, waardoor de Braakman ontstond, een zeearm die ver landinwaarts reikte. Hierdoor is een natuurlijke vaarweg naar Gent ontstaan. Terneuzen is door het kanaal nog steeds het meest gericht op Gent.

Sluis

De gemeente Sluis telt vijftien officiële kernen en een groot aantal buurtschappen. Gezien de ligging kent Sluis van oudsher een sterk vis gerelateerde historie. Toerisme en dagrecreatie vormt een belangrijke bron van inkomsten in deze gemeente. Men onderhoudt er van oudsher nauwe banden met Knokke, Zwin en Brugge (West-Vlaanderen).

In totaal heeft het gebied een kleine 106.000 inwoners, met een bevolkingsdichtheid van 145 per km2. Opvallend is dat er relatief veel ouderen en jongeren wonen (grijze, 41% en groene 35% druk),

Ontwikkelbehoefte

Om te bepalen waar de grootste uitdagingen liggen om binnen deze strategie aan te pakken nemen we de SWOT analyse als uitgangspunt. Deze analyse geeft enig inzicht in de ontwikkelbehoefte. Er blijkt dan ook uit dat er voor Zeeuws Vlaanderen een aantal punten versterkt, aangepakt en verbeterd kunnen worden. De sporen die de uitdagingen samenvatten kunnen als volgt worden omschreven:

1. Leegstand van gebouwen; door het stoppen van agrariërs (schaalvergroting) en het sluiten van winkels en scholen staan steeds vaker (bedrijfs)gebouwen leeg. Soms is regelgeving een belemmering voor herontwikkeling, soms zijn er geen initiatieven. Om de verloedering van deze gebouwen tegen te gaan zou er feitelijk iets moeten gebeuren. Er wordt dan bijvoorbeeld gedacht aan flexibel bouwen binnen bestaande gebouwen (bijvoorbeeld her-bestemde kerken, scholen, dorpshuizen en boerderijen ), maar ook is een signaal naar de overheden belangrijk om meer beleidsruimte te geven binnen bijvoorbeeld bestemmingsplannen.

2. Vlaanderen (België) dichtbij; een open deur wat betreft de ligging natuurlijk. Omdat het gehele gebied aan de zuidkant grenst met Belgisch Vlaanderen en in het noorden de Westerschelde met een tol-tunnel als barrière zoeken veel mensen hun voorzieningen zuidwaarts over de grens. Er zijn echter nog wel wat hobbels te overwinnen: zo sluit regelgeving tussen België en Nederland niet altijd op elkaar aan en zijn er culturele verschillen. Ook zorgt de nabijheid van Belgisch Vlaanderen er voor dat sommige voorzieningen uit Zeeuws Vlaamse dorpen verdwijnen of het lastig hebben (bijvoorbeeld in Nederland wonende Vlamingen sturen hun kinderen in België naar school). Toch liggen er ook volop kansen, in de grensregio kan juist door samen te werken een goed netwerk aan voorzieningen in stand blijven. Binnen LEADER zijn er ook aan de Vlaamse kant gebieden actief om LEADER gebied te worden, bijvoorbeeld Waasland. Deze LAG heeft de LAG Zeeuws Vlaanderen expliciet uitgenodigd tot samenwerking.

3. Digitale infrastructuur en een goede digitale bereikbaarheid : Snel internet en een goed mobiel bereik is een basisbehoefte. Op veel plaatsen in het landelijk gebied is dit niet beschikbaar of ontoereikend. Er bestaan al veel verkenningen en initiatieven, maar tot nu toe is er nog geen concrete oplossing. De LAG zou een initiërende rol kunnen pakken, als de provincie en de providers er niet snel genoeg mee beginnen.

4. Toegevoegde waarde van de landbouw; door de steeds groter wordende (akkerbouw) bedrijven die produceren voor de wereldmarkt wordt deze sector afhankelijk van de wereld prijzen. Daarnaast bestaan er ook andere producenten die zoeken naar meer toegevoegde waarde in de keten, in de eigen regio of door op het agrarische bedrijf nieuwe activiteiten toe te voegen. Het is een uitdaging om deze producenten meer met elkaar te laten samenwerken zowel horizontaal als verticaal. Het gaat hierbij om waarde toevoeging in de keten product- handel-retailconsument of restaurant. Het herstellen van streekeigen gewassen omwille van de biodiversiteit. Daarnaast is het van belang om consumenten bewust te maken van het productieproces van hun voedsel en het food-toerisme en culinair toerisme , het ervaren van voedsel die anders is dan het gewoonlijke uit te bouwen en te versterken.

5. Vergrijzing en ontgroening (en krimp) ; een groot deel van de bevolking (ca. 40%) heeft het werkende leven achter zich liggen. Dit zorgt voor een andere behoefte aan voorzieningen, maar legt ook druk op de werkende bevolking om voorzieningen in stand te houden. Er zijn lang niet in alle dorpen momenteel voldoende mogelijkheden voor ouderenzorg. Daarbij trekken veel jongeren voor opleiding of werk weg uit Zeeuws Vlaanderen. Dit betekent nog minder werkenden om de voorzieningen in stand te houden. Er zijn ideeën om juist deze twee ontwikkelingen te verbinden en om te zetten in een kans. Er is grote behoefte aan meer mogelijkheden voor opleiding en scholing. Door hierin gezamenlijk op te treden ontstaan er nieuwe kansen. De LAG kan hierin een initiërende rol vervullen.

6. Vrijetijdseconomie ; de recreatieve en toeristische sector is goed ontwikkeld in Zeeuws   Vlaanderen en dan met name in de kustzone. Daarnaast trekt ook het bourgondische karakter, waaronder een (naar verhouding) groot aantal sterrenrestaurants, toeristen naar het gebied. Wat opvalt is dat het verbinden van kust met achterland nog lastig is. Hier is dus nieuw initiatief nodig.

7. Biodiversiteit; door veranderende activiteiten in het buitengebied, beheer van wegen en bermen, aanleg van wegen, bruggen en kanalen is veel biodiversiteit in het gebied enigszins ondergesneeuwd. Door andere manieren van beheer en initiatieven bestaan mogelijkheden voor het versterken van de biodiversiteit.

dit betekent dat de beroepsbevolking klein is ten opzichte van het aantal niet werkenden.

Zeeuws Vlaanderen