Innovatie

Plant Value, meer halen uit groen

Omdat de inkomens in de landbouw onder druk staan, is de sector op zoek naar nieuwe verdienmodellen. De Biobased Economy is een domein waar kansen voor de landbouw liggen. Plant Value wil bijdragen aan de ontwikkeling van een concurrerende en duurzame akkerbouw en tuinbouw door middel van de totale verwaarding van de plant.  Het project ondersteunt daarbij de omslag van Noord-Nederland naar een Biobased Economy en duurzame landbouw. Het project is met POP3 innovatiesubsidie van de Europese Unie en de provincie Drenthe tot stand gekomen.

Waardepiramide

Het grootste deel van de land- en tuinbouwsector produceert voedsel voor mens en dier. Dit is het onderdeel Food en Feed in de waardepiramide (zie onderstaande figuur). Het project Plant Value mikt op de bovenste laag, namelijk inhoudstoffen uit planten. Hierin kunnen werkzame stoffen zitten, die interessant zijn voor diverse toepassingen en markten. Denk bijvoorbeeld aan de farmaceutische of de cosmetische industrie. Dit kunnen ook stoffen met een medicinale werking zijn, kleurstoffen, of geur- en smaakstoffen voor bijvoorbeeld parfums. Ook bepaalde soorten gewasbeschermingsmiddelen kunnen uit planten gewonnen worden.

waardepiramide

Partners van Plant Value

Het Hilbrands Laboratorium (HLB) trekt het project Plant Value. Er wordt samengewerkt met Cees Ruhe (glastuinder in Erica), Ecostyle uit Oosterwolde, het Louis Bolk Instituut en Bioclear Earth (Waarde creëren met de kracht van de natuur). 

De vier onderdelen van Plant Value

Eerst wordt de keuze gemaakt voor kansrijke gewassen en teelten. In de tweede fase komt het kleinschalig testen en ontwikkelen van innovaties in de praktijk. Elk onderdeel richt zich op een ander aspect van planten en plantinhoudstoffen. Te weten:

  • Optimaliseren van de opbrengst van plantinhoudstoffen uit gewassen. Hier wordt gekeken naar de teelt van gewassen en onder verschillende (Veenkoloniale) omstandigheden.
  • Ontwikkelen van plantinhoudstoffen tot natuurlijke biociden.
  • Verwaarden van gewasresten en andere reststromen die gebruikt kunnen worden voor verdere verwaarding en sluiten van kringlopen.
  • Kansen voor plantaardige stoffen uit kruiden voor gezonde voeding en medicijnen

Interview met Anja Kombrink van het Hilbrands Laboratorium (HLB)

Hoe is het idee voor dit project ontstaan?
Het project is in gang gezet in februari 2017. Aanleiding was de vraag van de provincie Drenthe naar nieuwe teelten, die bij kunnen dragen aan duurzaamheid en biodiversiteit binnen de landbouw. De provincie wil graag dat het bedrijfsleven inspeelt op de Biobased Economy. De directeur van HLB, Janny Peltjes, is in gesprek gegaan met Cees Ruhe, Ecostyle, Bioclear Earth en het LBI over het idee om een consortium op te richten dat het verwaarden van plantinhoudstoffen onderzoekt, waarbij we tegelijkertijd oog hebben voor bodemkwaliteit en biodiversiteit. Hier willen we als HLB graag aan bijdragen.

Wat is jouw rol in het project?
Samen met Janny Peltjes doe ik de projectleiding. In dit stadium van het project is het bij elkaar brengen van de mensen het belangrijkste. Het project is nog niet zo heel lang bezig; we zitten nog in de fase van vooronderzoek en inventarisatie. We zijn in overleg met de partners over het vormgeven van de samenwerking die nog geformaliseerd moet worden. Mijn rol is om dat gaande te houden en uit te stippelen wat we gaan doen in de volgende fase.

Wat is inhoudelijk de stand van zaken?
De oprichting van de Operational Group is nu onofficieel tot stand gekomen. Het tekenen van de samenwerkingsovereenkomst en de aftrap van de volgende fase willen we dit voorjaar nog doen. De betrokken partijen vullen elkaar perfect aan in kennis en kunde. We gaan met 4 deelonderwerpen aan de slag, waarbij de verschillende partijen focussen op een van de onderdelen, afhankelijk van de benodigde expertise en ervaring.

Het project lijkt behoorlijk ambitieus
Dat is het ook, maar dit project moet gezien worden als een eerste stap, namelijk de oprichting van een samenwerkingsverband en een inventarisatie van innovatieve ideeën. Voor praktijkonderzoek is in het project niet heel veel ruimte, wel voor kleinschalige proeven. Het is niet realistisch om te zeggen dat aan het eind van dit project een volledig nieuwe teelt en/of landbouwproduct geïmplementeerd kan worden. Er zijn vervolgprojecten nodig om de praktijktoepassingen van de meest kansrijke teelten en inhoudsstoffen verder uit te werken.

Wat is jouw persoonlijke drive voor dit project?
Ik vind het leuk dat ik een bijdrage kan leveren aan verduurzaming van de landbouw. Het is interessant om te zien dat hier veel mensen bij betrokken zijn, die positief zijn over het in de praktijk brengen van alternatieven, die een bijdrage leveren aan verduurzaming maar ook economisch rendabel zijn. Vooral het effect van alternatieve teelten of biociden op de bodembiologie heeft mijn interesse: hoe kan de bodembiologie verbeterd worden door veranderingen binnen de (gangbare) landbouw?

Wat ik niet in het projectplan kan lezen is om welke gewassen het gaat.
De gewassen die potentieel interessant kunnen zijn, moeten we nog inventariseren. We focussen ons op gewassen voor de Veenkoloniën en voor de glastuinbouw rond Emmen. In het eerste jaar van het project willen we kleinschalige praktijkproeven gaan uitvoeren voor het uittesten van de eerste ideeën. Bijvoorbeeld wat betreft rassenkeuze, bemesting en invloed van het gewas op de bodemkwaliteit. Hier hoort ook laboratorium onderzoek bij om bijvoorbeeld naar de aanwezigheid van schadelijke organismen te kijken.

Wie heeft het meeste profijt van het project, het inkomen van de boer of het milieu?
Het inkomen van de boer, duurzaamheid, biodiversiteit en de bodemkwaliteit gaan samen op in dit project. De Tagetesteelt is daar een mooi voorbeeld van. Het gaat daarbij om het produceren en vermarkten van een inhoudsstof (luteïne) van de bloemetjes. Daarnaast werkt Tagetes tegen parasitaire aaltjes en heeft de teelt een positief effect op bodemkwaliteit. Een ander voorbeeld waar we naar zouden kunnen kijken, is hennep, dat hier ook goed groeit. Er kan bijvoorbeeld worden gekeken naar mogelijkheden om hennep niet alleen te telen voor de vezel, maar ook voor de oliën voor medicinaal gebruik. Er wordt ook gekeken naar reststromen in de akkerbouw. Hierbij kan je denken aan gebruik van het loof van bieten en aardappelen, maar op dat vlak wordt ook al veel onderzoek gedaan. Daarom hebben we het Louis Bolk Instituut gevraagd om verdere mogelijkheden voor het gebruik van reststromen op een rij te zetten en de wensen van de praktijk te inventariseren.

Wordt er wereldwijd al niet veel onderzoek gedaan naar plantinhoudstoffen?
Ja, vooral naar medicinale stoffen in planten. Wij moeten ons vooral focussen op gewassen die hier goed groeien. Er zijn veel inhoudstoffen waar je naar zou kunnen kijken, maar de teelt van het bijbehorende gewas moet in dit gebied wel praktisch inpasbaar zijn. Als we mogelijkheden zien met betrekking tot inhoudstoffen in een gewas dat hier goed groeit dan gaan we dat verder onderzoeken.