Nieuws

POP3 innovatie en de Technology Readiness Level

Voor het bepalen van het ontwikkelingsstadium van een innovatie wordt in het Horizon Europe programma de Technology Readiness Levels (TRL) gebruikt. De vraag is of deze TRL-systematiek ook voor de POP3-innovatieprojecten is te gebruiken. Daar gaat dit bericht over. Er wordt onder andere verteld over het gebruik van TRL bij de innovatie-openstellingen door de noordelijke provincies.

TRL in Horizon Europe

In Horizon Europe hanteert de EU de volgende omschrijving van de TRL-niveaus:

  • TRL 1 - onderzoek van het basisprincipe
  • TRL 2 - formulering van het technologische concept
  • TRL 3 - experimenteel bewijs van het ontwerp
  • TRL 4 - validatie van de technologie in een laboratorium
  • TRL 5 - validatie van de technologie in een echte omgeving
  • TRL 6 - demonstratie van de technologie in een echte omgeving
  • TRL 7 - demonstratie van het systeem in de vorm van een prototype in een gebruiksomgeving
  • TRL 8 - kwalificatie van een geheel systeem
  • TRL 9 - demonstratie van het echte systeem in een gebruiksomgeving.

Voor elk van de levels is binnen Horizon Europe een maatregel beschikbaar (zie figuur), behalve voor TRL9. Dit wordt aan de markt overgelaten. Het programma is onderverdeeld in Basis Onderzoek (TRL1-3), Toegepast Onderzoek (TRL4-6) en Demonstratie (TRL7-8).

Toepassen TRL bij innovatie-openstellingen noordelijke provincies

De provincies Groningen, Fryslân en Drenthe hebben bij de laatste innovatie-openstellingen (maatregel 7 en 8) gebruik gemaakt van de TRL-niveaus. Nynke de Jong van Provincie Groningen zegt hierover: “Het gewenste TRL-niveau was voor de aanvragen een instapcriterium. In de toelichting op de openstellingen hebben we zo duidelijk mogelijk geprobeerd te maken wat we eronder verstaan. We wilden geen projecten die nog in een heel vroeg ontwikkelingsstadium verkeerden (TRL 1-3) en ook geen projecten die al bijna rijp zijn voor de markt (TRL 8-9). Alles er tussenin, en dat is nog best breed, was geschikt om in te dienen.”

Op de vraag wat de waarde is geweest van het opnemen van de TRL-niveaus in de openstellingen zegt Nynke: “De belangrijkste winst was dat we door het aanbrengen van een filter minder tijd hoefden te besteden aan projecten die achteraf niet geschikt blijken te zijn voor het doel van de regeling. Ook heeft de beoordelingscommissie meer houvast gekregen. Het is moeilijk aan te geven of de aanpak uiteindelijk betere projecten heeft opgeleverd, maar dat was ook niet het belangrijkste doel.”

POP3-innovatieprojecten

De TRL-niveaus worden veelal gebruikt bij technologische vernieuwingen. Van de 225 POP3-projecten die in de innovatiedatabase op de website Netwerk Platteland staan, zijn er ongeveer 35 gericht op technische innovaties. Het gaat daarbij onder anderen om innovatieve machines, stalsystemen, mestverwerkingsinstallaties en ICT-tools. De grootste groep van projecten zijn echter bezig met vernieuwingen van landbouwproductiesystemen op het gebied van onder andere nutriëntenkringloop, natuurinclusieve landbouw en vermindering gebruik gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast ontwikkelen ongeveer 70 projecten nieuwe producten of boren nieuwe markten aan. Met enige moeite is het mogelijk om ook voor deze categorieën een globale inschatting te maken van het TRL-niveau dat bij Horizon Europe wordt gehanteerd. Hieronder is dit voor één van de projecten in de database gedaan.
 

Voorbeeldproject vernieuwing van landbouw productiesystemen

Het Noord-Hollandse innovatieproject Zeewier in gezonde melkveehouderij onderzoekt de praktische toepasbaarheid van zeewier als voedingssupplement voor melkvee om de methanuitstoot te verminderen. Ze hanteren de volgende aanpak, met een inschatting van het TRL-niveau:

  • Modelsimulaties om effecten kwantitatief in te schatten: TRL4
  • In vitro onderzoek naar fermentatiesnelheid en methaanvorming: TRL4
  • In vivo proef: evaluatie in groepen melkkoeien: TRL5

Conclusie

Met het concept van Horizon Europe is het mogelijk om voor POP3 innovatieprojecten globaal het TRL-niveau aan te geven, ook voor niet-technologische projecten. De ervaring van de noordelijke provincies is dat TRL een hulpmiddel kan zijn om bij EIP-openstellingen aan te geven op welk ontwikkelingsstadium van de innovatie de openstelling zich richt. Het is een hulpmiddel, geen strak kader, die in de beoordelingsfase gebruikt kan worden.

De keuze van de noordelijke provincies om de openstellingen voor innovatie te richten op de TRL-niveaus 4 t/m 7 is een logische. POP3 innovatie richt zich immers op praktijkinnovatie. De TRL-niveaus 1 t/m 3 passen beter bij o.a. fundamenteel onderzoek. Bij de TRL-niveaus 8 en 9 is marktintroductie dichtbij. Dat kan worden overgelaten aan de markt of bijvoorbeeld aan een instrument om risicodragend kapitaal te verstrekken.