Innovatie

Vervolgproject Praktijknetwerken in de Veenkoloniën; kennis duurzame landbouw verder verspreiden

Het doel van het Vervolgproject ‘Verder met kennis vanuit de Praktijknetwerken’ is om de kennis uit elf Veenkoloniale praktijknetwerken uit de POP2-periode verder te verspreiden. Een groot deel van de thema’s die in de eerdere ronde praktijknetwerken aan de orde is geweest, komt ook in het vervolgproject terug. Dit project is een mooi voorbeeld van een kennisproject (maatregel 1) van POP3. De Europese Unie en de provincies Groningen en Drenthe subsidiëren dit project.

Belangrijke onderwerpen voor de akkerbouw, zoals vochtvoorziening, biodiversiteit, bodemverbetering, precisielandbouw, mest & mineralen, duurzame energie en bewaring worden in het Vervolgproject Praktijknetwerken aan de orde gesteld. Een mooi voorbeeld van het thema biodiversiteit is het Praktijknetwerk knaagdiermanagement. Hierbij wordt informatie verspreid over de rol die integraal management bijv. met kerkuilen kan spelen bij het beheersen van muizen en ratten. Uit de informatie komt naar voren dat er dan vaak geen bestrijdingsmiddelen meer hoeft te worden gebruikt. Er bestaat oprechte belangstelling voor dit thema onder akkerbouwers in de Veenkoloniën.

Verschillende activiteiten worden uitgevoerd
De komende tijd worden alle akkerbouwers in de Veenkoloniën uitgenodigd voor diverse activiteiten. Deze zullen zo dicht mogelijk bij de dagelijkse praktijk van de akkerbouwbedrijven staan. Akkerbouwers kunnen met de gedeelde kennis hun bedrijfsvoering verbeteren. De volgende activiteiten worden samen met Luth en met adviseurs van Delphy en DLV Advies uitgevoerd:

  • flitsbijeenkomsten bij akkerbouwers;
  • regionale demonstraties;
  • boerenwerkdemonstraties;
  • workshops;
  • trainingen in het veld.

Interview met een regisseur van het project
Eén van de drie regisseurs van het project is Monica Commandeur. Netwerk Platteland praat met haar over het project.

Klopt het dat dit project voortkomt uit heimwee naar de praktijknetwerken uit POP2?
Praktijknetwerken uit de POP2-periode was een uniek concept; het stond dicht bij de boeren. Toen de Praktijknetwerken afgelopen waren vonden de betrokkenen dat de kennis die was verzameld verder verspreid diende te worden. Op het moment dat de kennismaatregel van POP3 door de provincies Groningen en Drenthe werd opengesteld, ben ik op zoek gegaan naar partners om een voldoende groot project in te kunnen dienen. Delphy is er toen bij betrokken geraakt en die heeft ook het project ingediend. Samen met het akkerbouw- en loonwerkbedrijf van Hendrik Luth vormen wij gedrieën het Regieteam.

Wat maakt dat jij zo enthousiast bent over dit project?
Ik word enthousiast als boeren open staan voor duurzame veranderingen en daarmee aan de slag gaan. Met het project voeden we dat proces. Het gaat daarbij over alle veranderingen die in de Veenkoloniën plaatsvinden, van precisielandbouw met GPS tot aan vanggewassen en knaagdiermanagement.

Hoe krijg je akkerbouwers zo ver om te veranderen
Langzaam begin ik te begrijpen hoe akkerbouwers denken. De telers van de grote gewassen, zetmeelaardappelen, suikerbieten en granen, krijgen hun inkomen één keer per jaar. Ze hebben geen direct contact met consumenten, het is een puur internationale markt voor deze producten. Het ene jaar gaat het beter, de andere keer wat minder. Het inkomen van de akkerbouwer begeeft zich altijd tussen deze marges. Hij weet dat als hij hetzelfde doet als vorige jaren, hij daartussen blijft. Dat voelt veilig. Als je akkerbouwers wilt stimuleren te veranderen gaat het niet persé om meer inkomen, maar dat hij het gevoel heeft dat hij binnen de marges blijft voor zijn toekomstzekerheid. Akkerbouwers denken in risico’s. Pas als ze kunnen zien dat een vernieuwing bij een andere akkerbouwer werkt, worden ze over de streep getrokken. Daarom werken we in dit project veel met demonstraties op akkerbouwbedrijven.

Eind 2019 het project is het afgelopen. Als je op dat moment terugkijkt, wat zou je dan bereikt willen hebben?
Dat er daadwerkelijk meer boeren meegaan met de duurzame ontwikkeling: bijvoorbeeld meer aandacht voor precisiebemesting en bodemmanagement, minder bestrijdingsmiddelen gebruiken (zie foto van Monica Commandeur uit 2014) en actief zoeken naar verbeterpunten voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. En dat in een sector waar de consument buiten beeld is. Alle maatregelen moeten dus zo veel mogelijk risico- èn kostprijs neutraal zijn. Want als het dat niet is, dan is er onvoldoende trigger voor de boeren om er mee te beginnen. 

Wat betreft de risico’s: boeren hebben over het algemeen nog nauwelijks een beeld van wat de gevolgen van de klimaatverandering zijn voor hun bedrijfsvoering. Periodes met veel te veel regen (in najaar en winter) zullen afgewisseld worden met te weinig regen (in voorjaar en zomer). De landbouw is nog niet klaar voor de toenemende extremen in het weer. Dat is een zorgpunt. Van belang daarbij is meer risicospreiding door aanpassing van het bouwplan, gewasdiversificatie en verbeterde buffering van water en bodem.

Wil je zoveel mogelijk boeren in de Veenkoloniën bereiken met de boodschap vanuit de praktijknetwerken?
Zoveel mogelijk mensen bereiken klinkt mij teveel als tellen van aantallen deelnemers van een bijeenkomst. Het gaat veel meer om het aantal akkerbouwers die daadwerkelijk slagen maakt op hun bedrijf. Dat loopt traag, maar gestaag. Ik ben daar best tevreden over, want we kunnen zien dat er boeren zijn, die echt aan de slag gaan met aanpassingen op hun bedrijf.

Hoe kijkt de akkerbouwer naar het belang van de bodem?
Het belang van een vruchtbare bodem wordt steeds meer onderkend, maar het ontbreekt vaak nog aan praktische handvatten om hier aan te werken terwijl dit voor de toekomstbestendigheid van het gebied van cruciaal belang is. Daar moet wel wat aan gebeuren. Helaas zijn er nog geen bodemprojecten in de Veenkoloniën gestart. Twee ingediende projecten hebben het niet gehaald. In ons Vervolgproject Praktijknetwerken zitten wel enkele elementen voor verbetering van de vruchtbaarheid van de bodem.

Wat is de rol van loonwerker Hendrik Luth in het project.
Hendrik Luth is een demonstratiebedrijf aan het opbouwen in Wedde (Groningen). Zijn belangrijkste activiteit is de combinatie van het eigen akkerbouwbedrijf en het loonwerk. Bovendien vindt hij het leuk om de omgeving mee te trekken met allerlei ontwikkelingen. Op zijn bedrijf kan je dit jaar weer allerlei nieuwe machines zien, ruim een ha met veldproeven, een strook met een vanggewas en nieuwe manieren voor irrigatie. Evenals vernieuwingsbedrijf Op de Es van Erik Emmens in Zeijen (Drenthe), is zijn demonstratiebedrijf een aanvulling op de WUR-proefboerderij ’t Kompas in Valthermond. Daarmee hebben we verspreid over het gebied drie plekken waar voorbeelden van een op de toekomst gerichte landbouw kunnen worden getoond. 

Hebben de projecten in het Innovatieprogramma Veenkoloniën samenhang en wordt er kennis uitgewisseld
Ja, we werken zoveel mogelijk samen, maar we moeten ook heel voorzichtig zijn. Als twee POP projecten voor dezelfde activiteit subsidie krijgen dan kunnen beide partijen gekort worden. Je kunt in een verslag over een bijeenkomst van het project Bodem APK bijvoorbeeld niet hetzelfde opschrijven als in een verslag over een gelijktijdige bijeenkomst over dit thema van dit project Verder met kennis vanuit de Praktijknetwerken.