Workshop klimaatverandering en landbouw

Samenvattend verslag workshop Klimaatverandering en Landbouw

 

Pier Vellinga, wetenschapper en emeritus hoogleraar op het gebied van klimaatverandering. Daarnaast voorzitter van Urgenda.

Quote: “Ga POP3-plannen vooral toetsen op het innovatief gehalte”

Quote: “Deelnemers aan POP3: ga eens experimenteren!”

 

Pier Vellinga gaf een uiteenzetting van de klimaatverandering die gaande is, en de gevolgen die dat kan hebben voor de landbouw in Nederland. Alles wijst er op dat het in Nederland warmer wordt, we meer te maken krijgen met extreem weer, en dat de groeiseizoenen langer worden. Naast de nodige bedreigingen, biedt klimaatverandering ook kansen.

Volgens Vellinga is het efficient voedsel produceren zoals we dat nu doen niet langer houdbaar:  de huidige landbouw put de bodem uit, stoot veel broeikasgassen uit, heeft een negatieve invloed op de biodiversiteit.

 De Nederlandse landbouw moet meer rekening gaan houden met klimaatverandering. Het is van belang dat we in Nederland in gaan zetten op:

  1. Beter bodembeheer. Met beter bodembeheer kunnen we op meerdere      fronten een bijdrage leveren. Met het streven naar meer organische stof in      de bodem, kunnen we meer CO2 vastleggen. Daarnaast is meer organische stof      van positieve invloed op het bodemleven (biodiversiteit),      bodemvruchtbaarheid en het waterbeheer (vasthoudend vermogen).
  2. Beter waterbeheer: Om beter om te kunnen gaan met zowel      extreem droge als extreem natte periode moeten we nog meer in gaan zetten      op het vasthouden van water (in het bodemsysteem) en het bergen van water.     

Het veranderende klimaat kansen voor nieuwe gewassen.. Zo wordt er al geëxperimenteerd met nieuwe gewassen zoals quinoa en zilte teelt, en zijn de kansen voor wijnbouw steeds beter.

In de optiek van Vellinga moeten natuur en voedselproductie meer bij elkaar komen. Natuur inclusieve landbouw moet daarbij het adagium zijn. Met een beter inkomen voor de boer, een actieve bijdrage aan het klimaat, en een betere bodemvruchtbaarheid.

Vellinga verwacht dat de de hoeveelheid koolstof in de bodem zal een prijs krijgen. En dat zal mogelijk ook gelden voor de uitstoot van methaan.

Meer informatie

www.kennisvoorklimaat.nl

www.climateadaptationservices.com.nl

www.ruimtelijkeadaptatie.nl/en

www.klimaatscenoria’s.nl

 

Jan Reinder Smeenge, vleesveehouder in Zeegse en bestuurslid van de Agrarische Natuurvereniging Drenthe

Quote: “Sinds ik meer rekening houd met de natuur en met diervriendelijkheid heb ik het gevoel dat ik weer boer ben”.

Quote: ”Het is me gelukt anders te gaan boeren, waardoor het volhoudbaar is”

 

Jan Reinder Smeenge is anders gaan boeren. Een aantal jaren geleden heeft hij het roer omgegooid naar een natuurinclusieve bedrijfsvoering. Hij heeft nu 100 koeien die grotendeels grazen op de natuurgronden in het Drentsche Aa-gebied. Tevens verbouwt hij tarwe, runt hij een B&B (De Zeegster Hoeve) en vermarkt hij zijn vlees via zijn boerderij winkel. Het rondleiden van de (buitenlandse) gasten van zijn B&B op zijn bedrijf leidt vaak tot interessante gesprekken.

“Het is nodig om een stap voorwaarts te gaan in de landbouw. Daarom heb ik ‘no nonsense’ koeien gekocht. Elke dag houd ik meer rekening met de natuur, het milieu en de klimaatverandering. Ik zorg ervoor dat er geen mest meer in de sloot komt. Samen met andere boeren, doe ik mee met het demonstratieproject ‘Grondig Boeren met Mais’ Nu en in de toekomst moet er voldoende kwaliteit mais oogstbaar blijven. Daarom besteed ik zorg aan de organische stof in de bodem”.

Smeenge vindt dat de boer beter betaald moeten krijgen voor het vergroenen en de inspanningen in het kader van klimaatadaptatie.  Er moet natuurlijk wel wat te verdienen blijven.

 

Gesprek met de deelnemers

In het gesprek met de zaal worden de voor’s en tegen’s van het concept natuurinclusieve landbouw besproken. Een ding is zeker: om je aan te passen aan het klimaat is verandering vereist. Vooral de jonge boeren blijven pleiten voor meer ruimte voor innovatie’s.

Klimaatverandering, adaptatie, mitigatie, bodembeheer, milieu, natuur en biodiversiteit. Allemaal elementen, die we meer en meer in samenhang in de bedrijfsvoering moeten betrekken.