Workshop Samenwerken aan Agrarisch Waterbeheer

Bas Breman (WUR), Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW)

Quote: “Pilots never fail, but they never scale”

Bas Breman heeft onderzoek gedaan naar de faal- en succesfactoren van pilotprojecten op het gebied van waterbewust  boeren, waarbij bovenwettelijke maatregelen genomen worden.  Daaruit komt naar voren dat kleinschalige projecten, waarin maatwerk mogelijk is en belanghebbenden met elkaar in gesprek zijn en elkaars vertrouwen winnen leidt tot enthousiasme, speelruimte en succes. In dit soort projecten zijn de getroffen maatregelen wel belangrijk, maar staat eigenlijk de mens centraal. Om het succes van de pilots te verspreiden beveelt hij aan om goed aandacht te besteden aan de communicatie over deze projecten.

In 2013 is gestart met DAW waarbij verbetering van waterkwaliteit moet leiden tot hogere landbouwopbrengst. Na een ambitieuze start is de discussie door allerlei oorzaken blijven hangen. Bas geeft aan dat landelijke uitvoering via het POP met Europese regelgeving en de verschillende geografisch en fysieke maatregelen in de provincies nog geen uitnodiging lijkt voor de belanghebbenden. Daarnaast spelen bij een regionale aanpak ook nog andere belangen. Volgens Bas is het DAW niet mislukt, maar vraagt het nog veel afstemming, uitwisseling en verbinding tussen verschillende sectoren en actoren. Zijn pleidooi is om voorbij 2020 te kijken en nu vooral te investeren in  het wijzigen van de mindset.

Maatregelen binnen Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer (ANLB) hebben potentie, maar zijn nog niet  voldoende uitgewerkt.  

 

Wilbert van Zeventer (Ministerie I&M)

Quote “Waar boeren en waterschappen voorheen als boze buren tegenover elkaar stonden, hebben ze nu een intentieverklaring ondertekend”

Wilbert van Zeventer ziet een verandering. Een aantal jaren geleden stonden de waterschappen en boeren als boze buren tegenover elkaar wanneer het ging over aanpak zoetwater. Tijdens de bestuurlijke conferentie “Delta aanpak zoetwater” van woensdag 16 november hebben vertegenwoordigers van waterschappen, de landbouw, Rijk, provincies en gemeenten een intentieverklaring ondertekend voor aanpak zoetwater problematiek.  De landbouw heeft met name interesse in projecten gericht op verbetering van de bodemkwaliteit en  het beperken van erfafspoeling. Waterkwaliteit heeft een lagere prioriteit.

Tijdens deze conferentie bleek eveneens dat de menselijke maat een rol speelt.  Dat maakt het een uitdaging om de uitgevoerde pilots te vertalen naar landelijke afspraken.

Wilbert meldt dat in de Tweede Kamer nog gesproken is over het trage op stoom komen van de uitvoering POP3.

 

Bart van Moorsel (Provincie Gelderland)

Quote “Met een verandering van mindset kunnen we veel bereiken”

Bart herkent de trage voortgang van besluitvorming, omdat de urgentie nog niet aanwezig was. De provincie heeft een tweetal POP3-openstellingen gehad begin dit jaar: “fysieke investeringen innovatie water” en “samenwerking innovatie water”. Besluitvorming wordt eind november verwacht, waarbij van de 9 aanvragen voor fysieke investeringen er maar één wordt gehonoreerd.

Het DAW is nu nog te veel gericht op de uitputting van de financiën (o.a. POP3), terwijl het zou moeten gaan over het bereiken van de waterdoelen. Wat is de opgave van DAW en de intrinsieke motivatie van betrokken partijen? De waterproblematiek is zeer gedifferentieerd en verschilt bijna op perceelsniveaum affhankelijk van factoren als het soort landbouwbedrijf en geologische omstandigheden. Een interessante vraag is hoe we de vermindering van de nutrientenuitspoeling aan kunnen laten sluiten bij de waterkwantiteitsopgave.  Een algemene aanpak is niet mogelijk. Er wordt gezocht naar gebiedsprocessen met een menselijke maat, zodat de omgeving het gezamenlijk op kan pakken. Bodem, water en grondwater vormt een drie-eenheid, waarbij de landbouw het integraal wil oppakken met de thema’s energie en lucht. Daarbij moeten voor de landbouw wel kansen voor rendementsverbetering in zicht zijn. 

De provincie Gelderland intensiveert de samenwerking met waterschappen en LTO/ZLTO en zal in november een DAW-coördinator aanstellen. Dit geeft de uitvoering via regietafels meer kans op succes. Daarnaast wordt een werkgroep ingesteld om de maatregelen via POP3 te optimaliseren.

Bart is het met Bas eens dat veel bereikt kan worden door de verandering van mindset.

 

Discussie

Voor de uitvoering van DAW wordt nu sterk gekeken naar POP3-middelen. Er is bestuurlijk afgesproken om de financiering van het DAW niet alleen via het POP te laten verlopen. Nationale middelen kunnen via regionale regelingen worden uitgevoerd. Hierdoor ontstaat meer flexibiliteit.

EU regelgeving maakt het lastig om de samenwerking tussen waterschap en landbouw soepel te laten verlopen. Wellicht kan POP eenvoudiger worden benut voor de grotere aanvragen en kunnen kleinere projecten beter via regionale middelen worden gefaciliteerd.  

Pilots laten zien dat met kleinschaligheid, met veel gesprekken en snelle zichtbaarheid ook resultaten te behalen zijn. Het is interessant om te onderzoeken of binnen het POP mogelijkheden zijn om bij deze kleinschalige projecten te functioneren als “seed money”.

Provinciegrens overschrijdende projecten aanvragen is momenteel nog zeer complex, omdat het openstellingsbesluit en de openstellingsperiode per provincie kunnen verschillen.